Lemek Sompoika tobt met het moderne bestaan. “Vroeger beeldde ik figuren uit, maar die werden in de loop der tijd abstracter. Het is als een onderzoek naar waarheid: de waarheid is abstract”, zegt Sompoika. In zijn laatste serie werken van de tentoonstelling Fading Identities dreigen de figuren zelfs te verdwijnen onder opgeplakte bladzijdes uit de bijbel. Hij drukt hiermee uit dat de opgelegde religie de eigen identiteit bedreigt, die van Sompoika, en de spiritualiteit vergruist, die van de Maasai. “Ze zeggen dat als je een blad uit de bijbel scheurt, je door bliksem zal worden getroffen”, vertelt Sompoika. “Maar toen ik al met de derde of vierde bijbel bezig was, maakte ik me er niet meer zo druk om of het heiligschennis was.”

De in 1988 in Ngong hill geboren Sompoika begon in 2017 over zijn identiteit na te denken. “Wat ik was, hoe ik mezelf zag, werd bepaald door christendom. Dat zijn nu mijn “fading identities”, nu ben ik op zoek gegaan naar mezelf, nu neem ik mijn Maasai identiteit als startpunt.”
Hij erkent dat het scheuren van bladzijden uit de bijbel mensen pijnlijk kan raken. “Het voelde heel verkeerd aan, het voelde alsof je iets deed wat niet mag. Ik voelde me er heel schuldig over. Maar tegelijkertijd voelde ik dat ik het moest doen. Ik móést wel. Ik had geen keus, want ik wilde de Bijbel echt als materiaal gebruiken. Ik denk dat deze tentoonstelling een soort platform creëert, dat mijn werk juist die ruimte schept voor dat gesprek.”
Een Maasai gelooft in een bepaalde god en heeft bepaalde gewoonten. Hij heeft zijn eigen manier van leven. Dat is zijn spiritualiteit. Sompoika is niet tegen de kerk, hij heeft problemen met de religie die je niet de vrijheid geeft om vragen te stellen. “Mijn werk vormt een aanleiding om onze samenlevingen opnieuw vorm te geven op basis van onze geschiedenis.”

De zoektocht naar zijn identiteit los van het christendom leidt niet tot een simpel antwoord, misschien is die speurtocht wel eeuwig. “Om spiritualiteit überhaupt te begrijpen moet ik begrijpen waar ik vandaan kom. Ik besta niet in een vacuüm. De Maasai hadden geen religie in de strikte zin van het woord, maar we hadden spiritualiteit. Spiritualiteit is een manier om je te verbinden met je schepper, of met wat je gelooft dat een hogere macht of een hoger wezen is. De huidige religie vervult die spirituele identiteit niet”.
Zijn geboorteplaats Ngong, dat aanschuurt tegen Nairobi, heeft altijd traditie en moderniteit in zich verenigd. Het is zowel woongebied van de Maasai als reservoir voor ambtenaren in de stad. Scholen waren van de missionarissen. “Op zondag moest ik naar de kerk en thuis spraken we Engels of Kiswahili, niet Maa. Ik heb me nooit verbonden gevoeld met mijn tijd, met het stedelijke van Nairobi. Ik voelde me nooit thuis op school, ik heb me altijd een buitenbeentje gevoeld. Toen ik met mijn kunst begon, was het een soort antwoord op de vraag waarom ik me voelde zoals ik me voelde.”
Een blik op een foto zette hem aan het denken. “Ik ging eens naar de Consolata kerk in Westlands. Ze hebben daar een foto van wat lijkt op een savanne. Ik heb altijd een mentaal beeld gehad van hoe ik op die savanne opgroeide in de pre koloniale tijd, toen er geen betonnen gebouwen waren. Die tijd moet een utopie zijn geweest. Maar misschien is het wel een herinnering aan iemand die ik nooit heb ontmoet. Misschien mijn grootvader.”
Veel ging verloren. “Een van de belangrijkste dingen die we als cultuur zijn kwijtgeraakt, is hoe we vroeger baden. Het was anders dan in al die verschillende gebedshuizen nu. We zagen God vroeger anders. Wat gebeurt er als je een cultuur zoals het christendom omarmt? Maasai liederen bijvoorbeeld waren heel poëtisch zijn, misschien wel een beetje seksueel getint. Volgens sommigen waren ze echter demonisch. Ik heb de afgelopen jaren naar veel Maasai-muziek geluisterd. Vroeger hoorde je nauwelijks seculiere muziek van de Maasai, alleen maar gospelmuziek. Maar sinds misschien twee of drie jaar geleden zijn er veel Maasai-artiesten opgestaan die seculiere muziek maken, muziek die eigenlijk traditioneel is, weet je, met al die poëzie, al die seksuele nuances.
“Voor mij laat dat zien dat er een verschuiving gaande is, zelfs bij jongeren, die proberen hun identiteit terug te vinden, te ontdekken wie ze zijn en zich los te maken van die taboes, van ideeën dat je dit niet mag doen omdat je christen bent. Mensen proberen dingen in twijfel te trekken, ze proberen terug te keren naar hun roots. Dus ik denk dat de identiteitscrisis er altijd al is geweest, alleen is het nu zo dat de samenleving er, of het nu de Maasai-samenleving is of de Keniaanse samenleving, zich er meer mee bezig is gaan houden.”

Religie drong een bepaalde manier van leven op?
“Religie is altijd gebruikt om inheemse gebruiken en culturen te kleineren of te minachten, en om de westerse cultuur of de cultuur van de machthebbers te verheerlijken. De eerste scholen in Kenia tijdens de koloniale periode waren zendingsscholen. Dat betekent dat het heel systematisch was, in die zin dat je geen onderwijs kon volgen zonder de religie te accepteren. Want als je eenmaal naar school gaat, het is je eerste schooldag en je wordt gedoopt tot christen, dan ben je tot die nieuwe religie gaan behoren. Religie was een manier om mensen voor te bereiden op deze nieuwe manier van leven, om te veranderen en de nieuwe levenswijze te accepteren.”

En hij blijf scheuren uit boeken. “Ik wil verder werken met tekstdocumenten en oude boeken of documenten gebruiken die geschreven zijn door missionarissen tijdens de pre koloniale en koloniale tijd. Want ze hebben teksten die suggereren dat Afrikanen ongeciviliseerde wilden waren. Misschien ga ik wel koeienhuid gebruiken, want er bestaat een soort sculptuur. Als een koe op zeer jonge leeftijd haar kalf verliest, naaien de Maasai de huid van het overleden kalf weer vast om het te gebruiken tijdens het melken. Dat stimuleert de koe om melk te blijven geven. Ik vind het mooi, ik wil dat beeld gebruiken voor mijn nieuwe project.”
Dit artikel verscheen eerder op de website van de Red Hill Art Gallery: http://redhillartgallery.com/
